Hooms Holding BV


De Hooms Holding BV richt haar activiteiten op het versterken van de arbeidsmobiliteit naar, binnen en tussen bedrijven en op het verbeteren van de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt. Dit met als missie: ‘uitdagen tot ontwikkeling’, dwz. het in beweging brengen van personen en het doorbreken van de verstarring van organisaties, zodat het elan en de kracht vrijkomt om gestelde doelen te bereiken.

De aanpak van de Hooms Holding BV kenmerkt zich door:

• Aandacht, vertrouwen en respect;
• Is vraag gestuurd;
• De arbeidsmarkt vormt het uitgangspunt;
• De aanpak is ‘methodeloos’, geen vast stramien en dus creatief;
• Omdenken, breed, er worden andere dwarsverbanden gelegd;
• Duurzaamheid, flexibiliteit, betrokkenheid, innovatief en creatief;
• Maken van horizontale verbindingen en ontschotting;
• Vertrekpunt c.q. ijkpunt is de arbeidsmarkt, korte lijnen naar bedrijven en diverse bedrijvennetwerken;
• Al werkend ontwikkelen, no-nonsens, praktisch en met ’de poten in de klei’.

 

De Hooms Holding BV omvat drie werkmaatschappijen, die u kunt bekijken onder het kopje ‘Organisatie’.

 

Nieuws

Partners over de BOP-Academie

Uit ‘evaluatie onderzoek Intraval’

 

 

 


Conclusie
Volgens de betrokkenen vult de BOP-Academie een leemte in de projecten voor jongeren die uitvallen uit het onderwijs. Vergeleken met reguliere projecten, is het een meerwaarde dat de jongeren 12 uur per dag in de instelling verblijven. Bij projecten voor een vergelijkbare doelgroep is dat of alleen tijdens kantooruren of juist 24 uur per dag. De betrokkenen geven aan dat zij de BOP-Academie een uniek project vinden, met een bijzondere combinatie tussen hulpverleningsinstellingen, bedrijven en gemeentelijke overheid. De deelnemers van de BOP-Academie krijgen opnieuw toekomstperspectief door het aanbieden van structuur, regelmaat in combinatie met scholing, maatschappelijke en sociale vaardigheden, waardoor ze in de toekomst meer kansen hebben op de arbeidsmarkt.


Samenwerking
Alle betrokkenen geven aan dat de samenwerking met de BOP-Academie voorspoedig verloopt. Iedere jongere heeft een eigen mentor, waarmee direct overleg kan worden gevoerd. De medewerkers zijn goed bereikbaar, zowel voor de betrokkene zelf als voor de ouders van de deelnemers. Op deze wijze komt alle relevante informatie van de betrokkenen terecht bij de medewerkers en worden de betrokken partijen gekend in het opstellen van de doelen en de plannen van de BOP-Academie. Op deze wijze vindt er verder een duidelijke afstemming plaats. Wanneer er wijzigingen plaatsvinden gaat dit in overleg met alle betrokkenen rond een jongere. Hierdoor zijn alle betrokkenen op de hoogte en zitten zij op één lijn wat betreft de doelen. Het snelle en korte overleg rond een jongere zorgt ervoor dat er één plan is en dat een jongere de samenwerking niet kan ondermijnen.


Bij de start van het traject vindt er vaker overleg plaats tussen de betrokkenen
en medewerkers van de BOP-Academie dan in de loop van het traject. Wanneer het traject goed loopt wordt het contact minder frequent. Toch worden alle belangrijke gebeurtenissen in het traject doorgesproken met alle relevante partners. Wat goed blijkt te werken in de samenwerking, is dat alle hulpverlening op de BOP-Academie plaats kan vinden. Zowel schuldhulpverlening, jeugdzorg, verslavingszorg, maar ook bijvoorbeeld persoonlijkheidsonderzoeken vinden op locatie plaats. Dit is prettig voor de jongeren, zij hoeven hun verhaal niet aan diverse hulpverleners te vertellen. Ook de hulpverleners hebben er baat bij, zij weten dat de jongeren de afspraken nakomen.


De geïnterviewde betrokkenen geven aan dat er nog geen formele
samenwerking met de BOP-Academie bestaat. Toch zou een formeel afgesproken samenwerkingsverband een meerwaarde vormen. Eén betrokkene wil met de eigen instelling de samenwerking formaliseren, zodat de BOP-Academie een vaste waarde wordt in het netwerk van de betrokken partii, en dat het project tevens op leidinggevende niveau gedragen wordt.  


Doelgroep
Volgens betrokkenen bestaat de doelgroep van de BOP-Academie uit jongeren waarvan hulpverleningsinstellingen niet weten waar ze naartoe verwezen kunnen worden. De jongeren hebben een opstapeling van problemen op diverse gebieden. Ten eerste gaat het om leerlingen die uitvallen uit het onderwijs vanwege hun gedrag. Veel jongeren hebben thuis eveneens problemen. Daarnaast blijken de jongeren vaak een probleem met middelengebruik te hebben, te kampen hebben met schulden en weinig structuur in hun leven te kennen. Een deel van de doelgroep blijkt psychiatrische problemen en/of een licht verstandelijke handicap te hebben.


Daarnaast worden bijvoorbeeld tienermoeders doorverwezen naar de
BOP-Academie. Alhoewel de BOP-Academie voor jongeren tot 27 jaar bedoeld is, zijn de deelnemers van de BOP-Academie over het algemeen nog leerplichtig. Een oorzaak hiervoor ligt bij de betrokken aanmelders, met name leerplicht en Jeugdreclassering verwijzen jongeren naar de BOP-Academie. De medewerkers van deze instanties zijn betrokken bij jongeren tot hun 18de levensjaar.


De geïnterviewde betrokkenen geven aan dat de BOP-Academie een
doelgroep bereikt die de geboden hulpverlening nodig heeft. Volgens twee betrokkenen zitten er ook jongeren met zwaardere problematiek dan was beoogd bij de BOP-Academie. Volgens deze betrokkenen is de oorzaak hiervoor dat de BOP-Academie nog een netwerk moet opbouwen en daardoor alle jongeren die hulp nodig hebben aannemen. Volgens de betrokken is het project zeer flexibel en marktgericht. Tot nu toe kunnen alle jongeren nog geplaatst worden, er is geen sprake van een wachtlijst. Dit is een voordeel, jongeren kunnen op korte termijn starten in het project.


Methodiek
De geïnterviewde betrokkenen hebben weinig bekendheid met de methodiek van de BOP-Academie. De betrokkenen hebben geen informatie ingezien of gesprekken gevoerd over de overstijgende methodiek, de werkprocessen en de grondbeginselen. Door hen wordt wel aangegeven dat dit mede komt door het nieuwe karakter van de BOP-Academie, de werkprocessen en de methodiek die zich in de loop van het project moeten ontwikkelen. Toch kunnen de betrokkenen wel onderscheidende mechanismen in de werkwijze ontdekken. Zij geven aan dat met name het ‘acht-tot-acht-principe’ belangrijk is. De jongere kan overdag onderwijs volgen, maar wordt daarna ook ondersteund in de dag- en vrijetijdsbesteding. Aan zowel onderwijs, werk, sociale vaardigheden, wonen en vrijetijdsbesteding wordt aandacht besteed. De betrokkenen geven aan dat er veel compassie en inzet getoond wordt door de medewerkers en dat zij alles doen om deelnemende jongeren binnen het traject te houden. Deze onvoorwaardelijkheid bestaat minder bij reguliere projecten en jeugdhulpverleningsinstellingen. Wat de betrokkenen eveneens als meerwaarde aanwijzen is dat waar de expertise van de medewerkers van de BOP-Academie niet toereikend is, professionals worden ingeschakeld. Zo wordt bij verslavingsproblemen de verslavingszorg ingezet en bij schulden de schuldhulpverlening.


Alhoewel een deel van de deelnemers een licht verstandelijke handicap heeft
en baat heeft bij speciaal onderwijs, wordt door de betrokkenen het contact met het reguliere onderwijs belangrijk gevonden. Een aantal deelnemers stromen na de periode bij de BOP-Academie weer terug naar het reguliere onderwijs. De instelling die het onderwijs verzorgt, kan op alle gevraagde niveaus onderwijs aanbieden. De betrokkenen geven de aanbeveling dat de BOP-Academie de status van erkende onderwijsinstelling krijgt. Leerplichtige jongeren worden geacht naar school te gaan, maar de BOP-Academie heeft deze erkenning niet. Leerplichtambtenaren vinden dit een onwenselijk systeem, zij mogen leerplichtige jongeren officieel niet naar de BOP-Academie doorverwijzen. Soms kan een leerplichtambtenaar een overeenkomst met de vorige school sluiten. Dan blijft de jongere op deze school ingeschreven, maar wordt onderwijs op de BOP-Academie gevolgd. Toch kan dit financieringsproblemen met zich mee brengen; de oude school ontvangt geld dat voor de jongere op de BOP-Academie bestemd is. Scholen kunnen dit niet aan de BOP-Academie doorgeven. Dit brengt voor scholen eveneens een onwenselijke situatie met zich mee, zij moeten dit geld verantwoorden, maar moeten voor deze leerlingen verwijzen naar een instituut dat geen formele status heeft.


In het begin van de BOP-Academie was het mogelijk, voor bijvoorbeeld j
ongeren met schulden, geld te verdienen met hun werk of stages bij betrokken bedrijven in het project om deze schulden af te betalen. Doordat het werk en de stages verzorgd worden door commerciële bedrijven, is dit afhankelijk van de economische positie van de desbetreffende bedrijven. Een aantal betrokkenen betreuren dat dit nu door de economische recessie minder mogelijk is.


De instelling die het onderwijs op de BOP-Academie verzorgt, de Hoenderloo Groep,
is een erkende status van het ministerie van OC&W. Hierdoor kunnen zij gecertificeerd onderwijs aanbieden en de financiering van het onderwijs van de deelnemer verrekenen bij de onderwijsinstelling waar hij ingeschreven blijft staan gedurende het traject.